Nachtzwaluwen
Inhoud
- Nachtzwaluw territoria tellen
- Hoe werkt clusteren voor territoria
- Telgebieden (plots) binnen het grotere AviMap plot
- Je telgebied in Topo GPS
- Je telgebied als GPX bestand
- QField om alle resultaten te bekijken
Nachtzwaluwen territoria tellen
Wanneer tellen:
Tussen 10 mei en 5 augustus.
Hoe laat tellen:
Vanaf ca 30 minuten voor zonsondergang. In ieder geval je telrondje in je plot niet te vroeg starten want anders mis je zangposten. Gewoon eerst van al het moois genieten tot ze gaan zingen!
Hoe vaak tellen:
2 a 3 keer.
Met welk weer tellen:
Dat kan altijd, ook met regenachtig weer. Een zwoele heldere avond met de maan boven de horizon is het leukste. Voor de Nachtzwaluwen zelf is het: "hoe heter, hoe beter".
Hoe:
Met behulp van AviMap. Het doel is uitsluitende, geldige, waarnemingen te noteren.
In AviMap zijn broedcodes 2 (zang of balts) of hoger geldige waarnemingen. Een vogel zonder zang kun je met broedcode 1 noteren, voor een territorium is dat een ongeldige waarneming.
Uitsluitende waarnemingen:
Tijdens je wandeling door je plot hoor je zeer waarschijnlijk één of meerdere keren een Nachtzwaluw zingen. De uitdaging is dan om vast te stellen of het, bij meerdere zangposten, unieke vogels zijn en de exacte locatie van de zangpost:
Het Sovon protocol is als volgt:
Begin mei t/m half augustus
In vroege schemer en tijdens rustige, zwoele nachten met volle maan. Start zang in de avond 10-70 minuten na zonsondergang (het vroegst bij bewolkt weer, het laatst bij helder weer), einde zang in de ochtend 60-30 minuten voor zonsopkomst.
Alle waarnemingen noteren, met nadruk op zang (ratel) [broedcode 2], roep (paddengeluid) [brc 1], vleugelklappen [brc 2] en alarm [brc 7]. Geluid afspelen kan territoriale activiteit stimuleren [vermelden als opmerking bij invoeren van broedcode omdat geluid afspelen de trefkans aanzienlijk vergroot], maar pas op voor overdadig gebruik in verband met verstoring en probeer eerst zonder nabootsing te tellen. Bij hoge dichtheden (plaatselijk gangbaar) uitgaan van maximaal aantal gelijktijdig geregistreerde paren/mannetjes.
Wees alert op verplaatsingen (vogels gebruiken vaak verschillende zangposten, soms gescheiden door ongeschikte habitat zoals gesloten bos). Wees er alert op dat vogels bij geluid afspelen de waarnemer over forse afstanden kunnen volgen (vooral bij lage dichtheden). Solitaire paren reageren vaak niet op geluid afspelen en zijn soms opmerkelijk stil. Ze ratelen rond een uur na zonsondergang enkele minuten spontaan.
Na aankomst in broedgebied komt de zang langzaam op gang en vindt zijn hoogtepunt normaliter in de laatste mei- en eerste junidecade, maar is sterk afhankelijk van weersomstandigheden. Lage temperatuur en neerslag kunnen zang negatief beïnvloeden, maar dat is niet altijd het geval. Zang van vroege schemer totdat het volledig donker is, in ochtend vanaf eerste schemer en ongeveer een uur aanhoudend, bij zonnig en windstil weer ook wel eens overdag.
Ratelen, vleugelklappen en 'kroe-iek' door mannetje voortgebracht, zelden door vrouwtje. Wanneer vrouwtje ratelt, is dat nooit zo aanhoudend en luid als mannetje, het is eerder een zacht snorren.
Een paar veel voorkomende situaties:
- Eén zangpost (ratelen) op dezelfde plaats of met regelmaat weer te horen: Dat is natuurlijk één vogel op één plaats dus broedcode 2
- Twee of meer zangposten gelijktijdig te horen dan zijn die allemaal broedcode 2
- Twee of meer zangposten direct na elkaar of snel afwisselend, dat is ook allemaal broedcode 2
- Twee of meer zangposten met langere pauzes daartussen, dan mag jij het zeggen of het één (verplaatste) vogel is of toch meerdere. Zijn er vogels aan het vliegen dan is er waarschijnlijk een verplaatsing. Zijn het steeds dezelfde zangposten die afwisselend te horen zijn dan is het waarschijnlijk toch meer dan één vogel, dus geen verplaatsing.
- Een (vliegende) nachtzwaluw kan roepen ('kroe-iek') en met de vleugels klappen. De vleugelklap is balts en dus broedcode 2 en alleen mannetjes klappen. Als je kunt zien of het een mannetje is (witte stippen op onderkant vleugels) ook dat noteren. Alleen een roep dan broedcode 1.
- Een nachtzwaluw kan ook kort “bidden” tijdens de maaltijd en dus is de nachtzwaluw dan aan het foerageren. In dat geval zijn er zeker verplaatsingen en zijn uitsluitende waarnemingen heel lastig geworden. Broedcode 0 of 1 is dan waarschijnlijk de beste keuze
- Kom je dicht bij de zangpost en waarschijnlijk ook de nestplaats dan kunnen nachtzwaluwen protesteren met een (alarm)roep en rond de teller vliegen. Soms gaan ze ter afleiding ook op de grond zitten. Zang (ratelen) is dan soms ook te horen. Weet je het zeker dat het alarmering en/of afleiding is dan is een hogere broedcode in avimap correct.
- Een complete vliegshow van twee of meer vogels en al dan niet met een zingende nachtzwaluw is ook mogelijk. Prachtig om te zien maar hoeveel nachtzwaluwen tel je dan? Allemaal broedcode 2 zeker niet
- Elke waarneming die je noteert in AviMap tijdens één telronde is dus een uitsluitende waarneming en per definitie een territorium indicatie (of beter gezegd het cluster protocol zal elke waarneming in een territorium zetten). Noteer je dus alles wat je hoort zingen zonder alert te zijn op verplaatsingen (dus geen correcte uitsluitende waarnemingen) dan heeft AviMap uiteindelijk (waarschijnlijk) teveel territoria vastgesteld! AviMap gaat geen waarnemingen binnen één telronde combineren of corrigeren!
- De plaats waar je de waarneming vastzet in AviMap is zeer belangrijk om later de telrondes te combineren. Soms is het handig om de Nachtzwaluw te gaan zoeken om de exacte plaats te vinden.
- Nachtzwaluwgeluiden afspelen mag dus van Sovon. Of dat verstandig is? Wij doen het dus niet... Met name tijdens de simultaantelling is het niet grappig om in de bosjes te kruipen en medetellers in verwarring te brengen.
Later in het telseizoen is het belangrijk om ook vanaf één plek een tijdje te luisteren en zangposten te noteren. Met meedere uitsluitende waarnemingen binnen een paar honderd meter in één telronde kan autocluster een betere inschatting van het aantal territoria maken. Oftewel: De clusterafstand voor telrondes is 300m. Als er in eerdere telrondes al meerdere waarnemingen en territoria zijn gevonden zal één waarneming vaak in een reeds gevonden territorium opgaan.
In de praktijk is het door het hoge aantal nachtzwaluwen in het Leenderbos en Groote Heide soms erg lastig om individuele vogels te tellen (uitsluitende waarnemingen). Probeer wel alle vogels te noteren en daar waar je denkt individuele (zingende) vogels waar te nemen broedcode 2 te noteren. Alle zang (ratelen) als broedcode 2 noteren is soms niet de waarheid als ze rondvliegen…
En een foutje is nu ook weer niet meteen een drama. Het tellen moet vooral leuk blijven dus ga niet eindeloos wikken en wegen.
Aangezien het hele telgebied erg groot is, is het handig om bij daglicht een route of telplaatsen te bedenken. Met de fiets is handig om bij je plot te komen en/of je binnen het plot te verplaatsen.
En last but not least: Denk aan je veiligheid: Een zaklamp natuurlijk. Een lange broek met iets tegen de muggen en teken, flink wat deet is blijkbaar het beste tegen teken. Er lopen ook wilde zwijnen in het telgebied. Hoor je die blijf dan uit de buurt, zonder bril zien ze amper iets en lopen je daardoor zomaar omver. En vanwege de zwijnen zitten er ook jagers in hoogzitten. Die dragen dan misschien wel een bril maar daar moet je niet op vertrouwen. Jagers mogen met een auto het bos in (met de fiets wilde zwijnen afvoeren lukt ze niet). Dus: zie je een geparkeerde auto bij een hoogzit, zet je zaklamp aan en draai om.
Clusteren
Als alle telrondes zijn gedaan moeten alle tellingen gecombineerd (geclusterd) worden. Het resultaat is dan in onderstaand plaatje te zien, in dit geval een tussenresultaat halverwege de telperiode:
- De rode en groene stippen zijn uitsluitende waarnemingen en dus waargenomen territoria tijdens de betreffende telronde (de cijfers naast de stippen).
- De grijze stippen zijn ongeldige waarnemingen (in dit geval broedcode 1, een vogel maar geen zang of balts).
- De rode stippen zijn de uiteindelijke territoria.
- Groene stippen zijn met rode lijntjes aan een rode verbonden, als groen en rood dicht bij elkaar staan is het rode lijntje niet zichtbaar.
- De logica van de wirwar van lijntjes en groene stippen is soms verwarrend maar de computer heeft de Sovon spelregels voor territoria keurig opgevolgd
Autocluster in AviMap
Autocluster is een 1 op 1 vertaling van de oude clustermethode op papier (ik heb dat nooit op papier gedaan en als ik de oude handleiding lees was dat echt monnikenwerk). In het kort: de computer van Sovon maakt van alle waarnemingen clusters en van zo'n cluster wordt één waarneming tot clusterstip gepromoveerd.
Voor wie het wil begrijpen hoe Autocluster werkt, hieronder een poging:
Onderstaande (actuele) plaatjes zijn in het portal van Sovon te vinden onder de pdf knop van de soortenlijst in je telresultaten.

Wat zien we hier? In telronde 4 is 1 territorium waargenomen, in telronde 5 zijn 4 territoria waargenomen en in telronde 7 ook weer 4 territoria. Hoeveel territoria hebben we dan? 9? (1+4+4), dat kan natuurlijk niet.
Maar hoeveel dan wel?
Om telrondes te kunnen combineren is er de fusieafstand, voor een Nachtzwaluw is dat 300 meter. D.w.z. als in 2 afzonderlijke telrondes steeds 1 uitsluitende waarneming is gedaan met een afstand van meer dan 300 meter tussen de waarnemingen in de afzonderlijke telronde(s), dan zijn het 2 verschillende territoria. Minder dan 300 meter afstand tussen de waarnemingen dan is het volgens de auto cluster regels hetzelfde territorium dus 1 territorium. Fusieafstanden worden dus niet gebruikt binnen één telling.
In dit geval kunnen er nooit minder dan 4 territoria ontstaan want een uitsluitende waarneming tijdens een telling is ook echt 1 vogel en dus 1 territorium. Auto cluster gaat dus op basis van de fusieafstand waarnemingen uit verschillende tellingen clusteren en dan op zoek naar het minimum aantal territoria dat met alle waarnemingen mogelijk is:
- Enkele stippen zitten heel dicht bij elkaar. De lijntjes zie je niet maar in dit voorbeeld is (4, 5, 7) evenals (5, 7) een cluster want er lopen geen rode lijntjes naar andere stippen en er is één rode en één of meer groene.
- De computer mag de twee linker 5 stippen niet combineren, het zijn immers 2 waarnemingen in 1 telling en dat combineren tot één uitsluitende waarneming dat kan en mag alleen de teller.
- Het horizontale lijntje tussen 5 en 7 lijkt wat vergezocht maar is nog steeds ver onder de 300 (fusieafstand).
- Er moet een lijntje tussen 5 en 7 want anders worden het 5 territoria en de bedoeling is juist om het minimaal aantal mogelijke territoria te tekenen met alle waarnemingen.
- Oftewel wat de computer laat zien is de enige oplossing van deze puzzel (4 territoria). Het zijn er in het echt misschien 5 maar dat kunnen we met deze drie tellingen nooit met zekerheid vaststellen. Minimaal 4 dat wel.
Kortom, het autoclusteren lijkt soms hocus pocus met de wirwar van rode en groene stippen maar het is helemaal volgens het boekje. Daarom is het zo belangrijk om tijdens het tellen heel alert te zijn op uitsluitende waarnemingen en de plaats van de waarneming zo nauwkeurig mogelijk vast te stellen. Bij twijfel dus afwegen of het wel of niet een uitsluitende waarneming is. Binnen één telronde een uitsluitende waarneming noteren wat eigenlijk een verplaatsing is, dat kan autocluster niet herkennen en/of corrigeren.

Wat zien we hier? Telronde 1 met 6 waarnemingen. Telronde 2 met 5 waarnemingen. Autocluster maakt er 6 territoria van. Op basis van alleen het stippenpatroon zou je op 4 misschien 5 territoria uitkomen. Maar een waarneming is een waarneming en dus gaat autocluster dat gebruiken. Autocluster gaat geen waarnemingen van één telling combineren.
De fusieafstand van 300m die gebruikt gaat worden om verschillende telrondes te clusteren kan onverwachte effecten veroorzaken. Autocluster gaat altijd op zoek naar het minimale aantal clusters. Eén extra telronde met slechts 1 of 2 waarnemingen (slecht weer misschien) kan ineens een cluster minder opleveren terwijl je toch echt meende een nieuwe zanglocatie te hebben gespot... Toch een beetje hocus pocus?
Plots
Topo GPS app
TopoGPS kan alleen punten laten zien. De afzonderlijke telgebieden zijn dan in TopoGPS als 4 hoekpunten zichtbaar:
- Plot 1 direct in Topo GPS openen
- Plot 2 direct in Topo GPS openen
- Plot 3 direct in Topo GPS openen
- Plot 4 direct in Topo GPS openen
- Plot 5 direct in Topo GPS openen
- Plot 6 direct in Topo GPS openen
- Plot 7 direct in Topo GPS openen
- Plot 8 direct in Topo GPS openen
- Plot 9 direct in Topo GPS openen
- Plot 10 direct in Topo GPS openen
- Plot 11 direct in Topo GPS openen
- Plot 12 direct in Topo GPS openen
- Plot 13 direct in Topo GPS openen
- Plot 14 direct in Topo GPS openen
- Plot 15 direct in Topo GPS openen
- Plot 16 direct in Topo GPS openen
- Plot 17 direct in Topo GPS openen
- Plot 18 direct in Topo GPS openen
- Plot 19 direct in Topo GPS openen
- Plot 20 direct in Topo GPS openen
- Plot 21 direct in Topo GPS openen
- Plot 22 direct in Topo GPS openen
- Plot 25 direct in Topo GPS openen
- Plot 28 direct in Topo GPS openen
- Plot 29 direct in Topo GPS openen
- Plot 30 direct in Topo GPS openen
- Plot 31 direct in Topo GPS openen
- Plot 32 direct in Topo GPS openen
GPX bestanden (google maps, garmin etc)
Ook hier alleen de hoekpunten van de afzonderlijke telgebieden:
- Download Plot 1 .gpx
- Download Plot 2 .gpx
- Download Plot 3 .gpx
- Download Plot 4 .gpx
- Download Plot 5 .gpx
- Download Plot 6 .gpx
- Download Plot 7 .gpx
- Download Plot 8 .gpx
- Download Plot 9 .gpx
- Download Plot 10 .gpx
- Download Plot 11 .gpx
- Download Plot 11 .gpx
- Download Plot 13 .gpx
- Download Plot 14 .gpx
- Download Plot 15 .gpx
- Download Plot 16 .gpx
- Download Plot 17 .gpx
- Download Plot 18 .gpx
- Download Plot 19 .gpx
- Download Plot 20 .gpx
- Download Plot 21 .gpx
- Download Plot 22 .gpx
- Download Plot 25 .gpx
- Download Plot 28 .gpx
- Download Plot 29 .gpx
- Download Plot 30 .gpx
- Download Plot 31 .gpx
- Download Plot 32 .gpx
QField
Alle recente (in ieder geval wekelijks een update) gegevens uit AviMap zijn in QField beschikbaar:
- Alle tot nu toe vastgestelde territoria van dit jaar. De territoria kunnen ook als cirkel van 300m doorsnede weergegeven worden
- Alle vastgestelde territoria van vorig jaar en ouder
- Alle waarnemingen van dit jaar als bezoek stippen
- Alle waarnemingen van vorig jaar als bezoek stippen
- Alle looproutes (mits aangezet in avimap)
- De telgebieden (plots) selecteren uit een lijst
- Alle andere waargenomen soorten (als bezoek stip)
- De hoogzitten in het gebied
- De poelen in het gebied (misschien om padden te spotten)
- Diverse kaarten te selecteren (o.a. topo en openstreetmaps)
Het is dan heel eenvoudig om je bezoek aan je telgebied te plannen en het geeft een indruk waar nog territoria gevonden kunnen worden. Bijvoorbeeld alle delen waar geen 300m territoria stippen staan en wel territoria stippen van vorig jaar.
QField is te installeren als app (via de betreffende app store) op Android, Apple en Windows. Nadat je ingelogd bent (eventueel eerst een account aanmaken) kun je de gegevens uit de cloud ophalen: zoeken in de QField cloud naar BMPNZ onder repiuk (de naam is "repiuk / BMPNZ").
In het Menu van qfield staat vervolgens onder "Map Theme" een pull down optie. Kies hier voor "Start hier" dan staan de juiste lagen "aan", daarna kun je spelen met de verschillende lagen.








